zondag 5 februari 2017

Kinderen laten het ons zien

Overweging bij de 5e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Jesaja 58,7-10; Matteüs 5,13-16

Er zijn mensen, die vanwege hun beroep veel te maken hebben met publiciteit. Sommigen van hen – politici bijvoorbeeld – zoeken ook bewust en uitdrukkelijk die mogelijkheid. Zo kunnen ze in het openbaar hun standpunt kenbaar maken of verdedigen. Het is niet altijd verheffend, wat je dan ziet en hoort, want onder de dekmantel van het algemeen belang wordt vaak ook de eigen politieke toekomst verdedigd. Maar goed, wie ben ik om dat te zeggen, want met deze overweging moet ik toch ook proberen mijn boterham te verdienen.

Toch hoef je ook je eigen capaciteiten en talenten niet weg te stoppen onder een wollige deken van valse bescheidenheid. Waar je goed in bent, daar mag je best trots op zijn. Maar je hoeft het natuurlijk niet van de daken te schreeuwen. Je talenten niet onder stoelen of banken steken, dat is waar Jezus ons vandaag toe uitnodigt, zonder dat je pretenties krijgt of zelfgenoegzaam wordt.


Zout en licht

In het evangelie, zoals Matteüs het heeft opgeschreven, zijn vijf grote toespraken van Jezus te onderscheiden. Matteüs heeft dat gedaan met een bepaalde bedoeling, want de joden (tot wie Matteüs zich voornamelijk richtte) dachten daarbij meteen aan de vijf boeken van Mozes uit het Oude Testament. Matteüs wil op die manier Jezus presenteren als degene die niet alleen op Mozes lijkt, maar zelfs de voltooiing is van wat Mozes heeft gezegd en gedaan. De eerste van die vijf toespraken is de bekende Bergrede, waaruit we vorige zondag al de zaligsprekingen hebben gehoord.

Vandaag houdt Jezus zijn toehoorders, houdt hij ons dus voor, dat wij het zout der aarde moeten zijn. Wat betekent dat dan? Zout is een belangrijk ingrediënt om ons voedsel meer smaak te geven. Vroeger werd het ook gebruikt om voedsel langer te bewaren. Volgelingen van Jezus moeten dus zijn als zout: ze moeten smaak geven aan het leven en bederf van de samenleving tegen gaan. En verder moeten Jezus' volgelingen zijn als een licht dat niet verborgen kan blijven. Zij moeten helderheid en warmte brengen onder de mensen. De mensen mogen jullie goede werken best waarnemen, en precies daardoor ben je als zout en licht.

Wat niet gebruikelijk is

En als iemand nog mocht vragen, wat dan de goede werken zijn, die Jezus' volgelingen moeten doen, dan kunnen we te rade gaan bij de profeet Jesaja. ‘Deel je brood met wie honger heeft, neem een dakloze op in je huis, geef kleren aan wie naakt is en hou je niet afzijdig van je medemens.’ Het klinkt simpel, maar het is vaak moeilijk om dit ook werkelijk in de praktijk te brengen. Want als je zulke dingen doet, dan maakt je het voor jezelf niet gemakkelijk. Maar je gaat ook lijnrecht in tegen wat gangbaar of gebruikelijk is in onze samenleving. En toch is dat nou juist wat van ons gevraagd wordt: doen wat niet gebruikelijk is. Jesaja zegt: wanneer jullie uit je samenleven de onderdrukking verwijderen, wanneer je de dreigende vingers en de laster wegstopt, wanneer je je hart opent voor wie hongerig of mistroostig is, dan zal er licht komen in de duisternis.

Christenen moeten zijn (zoveel als in hun vermogen ligt) als het smaak gevende zout en als een stralend licht. Simpelweg door 'goede werken' te doen. Het gaat erom dat wij hongerig en dorstig zijn naar gerechtigheid, zonder machtsmiddelen te gebruiken, maar met grote zachtmoedigheid, barmhartig en vredelievend. En soms kun je van kinderen leren, hoe het moet.

Kinderen laten het ons zien

Er is een boekje, dat heet 'Lieve meneer God', waarin kinderen schrijven aan God. Ik gebruik enkele voorbeelden. Ralf schrijft: 'Lieve God, Kaïn en Abel hadden elkaar misschien niet zoveel uitgeroeid als ze ieder een eigen slaapkamer hadden. Bij mij en mijn broertje werkt dat ook.' En Marianne zegt: 'Beste God, ik wou dat sommige dingen niet bestonden. De zonde bijvoorbeeld. En oorlog.' En een ander schrijft: 'Beste God, het heeft de hele vakantie geregend en mijn vader kreeg daar heel erg de pest over in, en toen zei hij dingen over U die je helemaal niet mag zeggen. Maar ik hoop dat U hem geen straf geeft.' Onder het briefje staat: 'Uw vriend, maar mijn naam zeg ik niet.'

Op hun eigen openhartige en ontwapenende manier laten kinderen ons zien hoe het moet: verwijder uit je midden de uitroeiing en de zonde en de oorlog, open je hart voor je tierende vader en bidt God voor hem om ontferming. Waar dat gebeurt, daar straalt licht in de duisternis, daar zijn mensen het zout der aarde. En daar hoeft de lamp ook niet onder de korenmaat gezet te worden, maar mag ze schijnen om warmte en helderheid te geven aan ieder die het wil zien.