zondag 20 mei 2018

Taal waarop de wereld wacht

Overweging op Pinksteren (jaar B)

Lezingen: Handelingen 2,1-11; Johannes 15,26-27;16,12-15

Hij is er in vele maten en soorten: de wind. Je hebt de verkoelende avondwind na een warme zomerse dag, maar ook de razende stormwind die behoorlijk schade aanricht. Je hebt de tegenwind die extra inspanning van je vergt om je bestemming te bereiken of de wind in de rug die je bijna als vanzelf vooruit doet gaan. Je hebt de verfrissende wind, die de hemel schoonveegt na een regenbui en je hebt het bijna geruisloze gefluister van de wind die de aren zo mooi doet wuiven op het veld. Hij is ongrijpbaar, niet te beïnvloeden, maar eigenlijk altijd aanwezig: soms onmerkbaar, soms zeer expliciet.

Niet tastbaar, wel present

Hoe mooi en toepasselijk is daarom het beeld van de wind als aanduiding van de Geest, die vaardig wordt over de leerlingen van Jezus. Want ook die Geest is ongrijpbaar, maar eigenlijk steeds aanwezig: soms onmerkbaar, soms heel expliciet. Het is deze Geest, die wij heilig noemen en die Jezus aan zijn leerlingen heeft toegezegd voor de tijd, waarin hij niet meer in hun midden aanwezig zal zijn. De heilige Geest is zogezegd de erfenis, die Jezus nalaat nadat hij zijn plaats bij de Vader heeft ingenomen.

zondag 13 mei 2018

Op eigen kracht?

Beschouwing

De weken tussen Pasen en Pinksteren vormen een periode, waarin de leerlingen van Jezus gaandeweg groeien in geloof: wat eerst onvoorstelbaar leek (dood is immers dood, nietwaar?) kwam toch in een ander licht te staan. Want de absurde en schandelijke dood van de geliefde Meester werd steeds duidelijker het begin van een nieuw perspectief. 'Mij kunnen ze doden, maar niet de stem van de gerechtigheid.' Deze woorden, ooit uitgesproken door de inmiddels zalig verklaarde bisschop Oscar Romero (1917-1980), kun je zonder meer ook toepassen op Jezus van Nazaret. En die gedachte, dat zijn onversneden toewijding aan de gerechtigheid blijft, moet ook de leerlingen van Jezus hebben gesterkt om tot de overtuiging te komen, dat zijn dood niet het einde is van al zijn inspanningen.

In de evangelieverhalen, die na Jezus' sterven de ontmoetingen tussen hem en zijn leerlingen beschrijven, zien we een scala aan gevoelens en indrukken. De leerlingen laten niet alleen ongeloof zien, verwondering en angst, maar ook overgave en geloof. Hij is het echt! En in die ontmoetingen krijgen Jezus' vrienden de opdracht om verder te werken in de lijn die hij tijdens zijn leven heeft uitgezet. Maar niet enkel een opdracht, ook de kracht om die taak op zich te nemen wordt hen toegezegd. 'Jezus blies over hen en zei: "Ontvang de heilige Geest".' (Joh 20,22) Het is de Geest van Jezus zelf die hen zal inspireren om in zijn spoor mensen weer op de been te zetten, onrecht aan te klagen, verzoening te brengen, zieken te genezen en de Blijde Boodschap te verkondigen.

donderdag 10 mei 2018

Alles en iedereen

Overweging bij de oecumenische viering
op Hemelvaartsdag te Driewegen

Lezingen: Efeziërs 4,1-13; Marcus 16,15-20 (Bijbel in Gewone Taal)

Jullie kennen misschien wel het nummer The Air that I Breathe, waarvan de versie van The Hollies wellicht de bekendste uitvoering is. Oorspronkelijk is het echter een lied van Albert Hammond, opgenomen op zijn eerste album It never rains in California uit 1973. Leven van de lucht, dat is wat je kan overkomen als je tot over je oren verliefd bent geraakt. Je hebt letterlijk geen eten nodig, nauwelijks slaap en slechts af en toe een beetje drinken. De lucht is alles wat je nodig hebt om in leven te blijven, omdat degene waarop je hopeloos verliefd bent je 'alles' is en je alles geeft waar je in die periode behoefte aan hebt.

Vermoeden

Toch kun je op den duur niet leven van de lucht, hoewel die onontbeerlijk is voor alles wat leeft. De lucht is vrij verkrijgbaar, al moet je op sommige plekken in deze wereld er heel erg zuinig mee omspringen, bijvoorbeeld als je in een duikboot verblijft of in een ruimtestation. Maar als we die uitzonderlijke situaties even buiten beschouwing laten, dan is de lucht alom aanwezig. Zuurstof is in principe vrij beschikbaar voor alles en iedereen. Zuurstof is levensnoodzakelijk voor alles wat leeft. Lucht geeft leven aan alles en iedereen.

En dan is het een mooie vergelijking als we in de brief aan de Efeziërs horen, dat God zelf degene is die – net als de lucht – leven geeft aan alles en iedereen. Hij is, zo staat er ook bij, aanwezig in alles en iedereen. Hoewel wij God niet kunnen waarnemen, zoals we onze buurvrouw of buurman kunnen waarnemen, vermoeden wij – als gelovige mensen  – dat God present is: in alle mensen, in alle levende wezens, in alle gebeurtenissen, in heel ons bestaan. Maar, laat mij daarin duidelijk zijn, het is dus een vermoeden. De alomtegenwoordigheid van God is niet iets dat je op ieder moment en op iedere plek kunt vaststellen. Soms zien wij iets van Gods aanwezigheid in de onbevangen ogen van een kind, in de schoonheid van de natuur, in iets dat ons onverwacht toevalt, in de trouw waarmee mensen blijvende zorg voor elkaar hebben, in de ontroering die muziek soms kan veroorzaken. Maar als je goed leert kijken, dan kun je Gods aanwezigheid in onze wereld zien in alles en iedereen.

zondag 6 mei 2018

Over grenzen heen

Overweging bij de 6e zondag van Pasen (jaar B)

Lezingen: Handelingen 10,25-26.34-35.44-48; Johannes 15,9-17

In het Vlaams hebben ze er zo'n mooie uitdrukking voor: Ik zie u gère. Het wil zeggen: mijn hart bloeit op als jij in mijn nabijheid bent. Het betekent niets meer of minder dan: ik hou van je. Als twee mensen dat tegen elkaar zeggen, dan is er een wederzijds verlangen om het elkaar naar de zin te maken, een verlangen ook om het beste in de ander naar boven te halen. Een verlangen om elkaar te ondersteunen in  dagen van voor- en van tegenspoed.

Weerbarstig
Afbeelding: pixabay.com

Dat klinkt natuurlijk erg mooi, maar de praktijk is soms weerbarstiger dan de woorden – als die woorden enkel blijven steken in theoretische idealen. Want je komt de ander ook tegen in situaties dat je elkaar irriteert of niet kunt verstaan. Het kan ook voorkomen, dat de ander ideeën of gedragingen heeft, die jou minder aantrekkelijk lijken. Het kan zelfs zijn, dat je over je eigen grenzen heen moet stappen om bij die ander te kunnen blijven. Dus dat je verzoening of vergeving moet aanbieden om de onderlinge band te behouden. Over grenzen heen stappen om ervoor te zorgen dat de relatie niet blijvend verstoord raakt.

zondag 29 april 2018

Betrokken op elkaar

Overweging bij de 5e zondag van Pasen (jaar B)

Lezingen: Handelingen 9,26-31; Johannes 15,1-8

Sommige zaken in ons leven zijn niet nauwkeurig in woorden uit te drukken. Waarom je van iemand houdt, waarom je een zekere afkeer hebt van een bepaalde persoon, wat je werk of je hobby voor jou nu belangrijk maakt: het zijn zaken die we soms gemakkelijker met een voorbeeld kunnen beschrijven dan dat we er een exacte formulering voor hebben. We gebruiken een beeld om iets duidelijk te maken. Het beeld, het voorbeeld, de beeldtaal is soms treffender dan een accurate, maar tegelijk steriele omschrijving. Het beeld kan immers bepaalde aspecten oproepen of speciale gevoelens aanspreken, die in de overigens correcte omschrijving nauwelijks aan de orde komen.

Afbeelding: pixabay.com
Het beeld van de wijnstok en de wijnbouwer wordt door de evangelist Johannes gebruikt om de verbondenheid tussen Jezus en zijn Vader te beschrijven. Die onderlinge verbondenheid is gebaseerd op zorgzaamheid en toewijding, op betrouwbaarheid en wederzijdse liefde. De wijnbouwer heeft zorg voor de wijnrank, hij voedt en behoedt haar, snoeit waar nodig, en ziet erop toe dat ze goede vruchten kan voortbrengen. Maar tegelijk is er de verbondenheid van de wijnstok en de ranken. Dat is de verbondenheid tussen Jezus en wie hem wil volgen. Het is de verbondenheid tussen hem en wie naar zijn woorden wil luisteren, meer nog: tussen hem en wie naar zijn woorden wil leven.

zondag 22 april 2018

Niet zinloos

Overweging op de 4e zondag van Pasen (jaar B)

Lezingen: Handelingen  4,8-12; Johannes 10,11-18

Over enkele weken zullen wij de doden herdenken, die in of door de Tweede We­reldoorlog om het leven zijn gekomen. Mensen die in het verzet hebben gezeten, vele miljoenen joden, zigeuners en homoseksuelen, soldaten van de geallieerde strijdkrachten: zij allen werden herdacht als slachtoffers. Als je wel eens op een oorlogskerkhof bent geweest, en je realiseert je op welke leeftijd de soldaten zijn gesneuveld, dan besef je dat deze jongens nog een heel leven vóór zich hadden. Maar er kwam abrupt een einde aan. Dat zo velen hun leven gegeven hebben, is - als je alleen naar het naakte feit kijkt - een absurd gegeven. Dat zij hun leven hebben gegeven, kan alleen zinvol worden als je bedenkt wat hun strijd heeft opgeleverd. Alleen als je hun offer bekijkt in het kader van de vrijheid, die wij daardoor gewonnen hebben, kan hun dood - pas achteraf - gezien worden als iets dat niet zinloos is geweest. Je kunt niet zeggen: het is zinvol. Je kunt alleen zeg­gen: het is niet zinloos.


Gave

In het evangelie wordt gezegd, dat Jezus zijn leven geeft voor zijn schapen. Het wordt tot drie keer toe herhaald. In de opvatting van de evangelist is deze gave (offergave, moet je eigenlijk zeggen) iets dat Jezus uit vrije wil op zich heeft genomen. 'Niemand neemt het mij af, maar ik geef het uit mij­zelf.' We moeten ons realiseren, dat deze woorden door Johannes zijn opgeschreven ruim 60 jaar na de executie van Jezus. In die tussentijd is heel langzaam het inzicht ontstaan, dat de dood van Jezus niet zinloos is geweest. Terug­kijkend kan Johannes zeggen, dat het vrijwillige offer van Jezus alleen maar zin­vol kan zijn als het gebaseerd is op liefde, de liefde van Jezus voor zijn schapen.

zondag 15 april 2018

Het onmogelijke toch mogelijk

Overweging bij de 3e zondag van Pasen (jaar B)

Lezingen: Handelingen 3,13-15.17-19; Lucas 24,35-48

Toen Rein geboren werd, lag er meteen al een zware domper op de vreugde: Rein was geboren met een zware handicap, lichamelijk en geestelijk. Zijn ouders stonden van de ene minuut op de andere voor de opgave om hun leven totaal anders in te richten. Maar ze wisten van elkaar, dat hun kind uit liefde geboren was. En daarom weigerden ze zich neer te leggen bij de botte reacties van sommige mensen in hun omgeving.

De moeder van Rein wist, dat het een hele zware opgave zou zijn. Maar ze wist ook met een enorm geduld en intense liefde Rein zover te brengen, dat hij leerde om rechtop te zitten. Hij leerde wat nee en ja betekende, hij leerde zindelijk te zijn. Het gaf haar een gevoel van overwinning, toen Rein op zijn negende verjaardag helemaal alleen zijn beker kon leeg drinken, zonder te knoeien. Wat niemand voor mogelijk had gehouden bleek toch te kunnen.

De overtuiging, dat het onmogelijke toch waar kan worden, komt niemand zomaar aanwaaien. Het is een overtuiging, die meestal zwaar bevochten moet worden. Je moet door je gevoelens van vertwijfeling en onmacht heen. Wie een dierbare, lieve mens is verloren, weet hoe moeilijk het is, en hoeveel tijd het kost om - na het verlies en het gevoel van leegte - toch tot de overtuiging te komen om weer gelukkig te kunnen, te mogen zijn.