zondag 20 augustus 2017

Voor álle mensen

Overweging bij de 20e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Jesaja 56,1.6-7; Matteüs 15,21-28

Afbeelding afkomstig van www.kinderwoorddienst.nl
In de afgelopen weken zijn veel mensen erop uit getrokken om te genieten van hun vakantie. De een wil alleen maar van de zon genieten. Anderen willen juist cultuur zien, in contact komen met andere mensen en opvattingen. En vanzelfsprekend neem je dan ook het een en ander mee naar huis: voorwerpen, herinneringen, ideeën. Je ontdekt de rijkdom van andere culturen. Je leert ook de betrekkelijkheid van je eigen cultuur, je eigen gebruiken zien. En als we weer terug thuis zijn, gaan we in winkels op zoek naar producten en ingrediënten van over de grens. Zo lijkt het wel, alsof onze wereld steeds kleiner wordt. Zeker nu de berichtgeving via TV en internet steeds sneller wordt. Daarom wordt wel eens gezegd, dat de wereld steeds meer gaat lijken op een dorp, waarin iedereen bijna alles over iedereen weet.

De bewoonde wereld

De lezingen van deze zondag nodigen ons uit om te kijken naar heel die bewoonde wereld. Er wordt ons gevraagd om te kijken over de eigen grenzen heen: niet alleen omdat dit een verrijking voor onszelf is, maar ook omdat daarmee Gods liefde voor alle mensen zichtbaar wordt.

zondag 13 augustus 2017

Een zachte bries

Overweging op de 19e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: 1 Koningen 19,9a.11-13a; Matteüs 14,22-33

Als je hier in Zeeland op de fiets zit, dan heb je eigenlijk altijd wel met de wind te maken. Soms heb je de wind mee, en net zo vaak ook weer tegen. Het kan gebeuren, dat de wind een aangename verkoeling brengt. Maar het gebeurt ook, dat de wind een verwoestende kracht laat zien. Het is een wonderlijk fenomeen, die wind. Ook al kun je hem niet zien, hij heeft altijd wel een bepaald uitwerking op onze wereld – ten goede of ten kwade.

De wind speelt in de lezingen van vandaag een vooraanstaande rol. Laten we eens kijken naar de situatie, waarin de profeet Elia zich bevindt. Hij heeft, voorafgaand aan de passage die we vandaag hoorden, stoere taal gebruikt en vernietigende tekens gesteld om de profeten van de god Baäl af te troeven. Er is immers maar één God, en dat is Jahweh. En toch is er hevige twijfel in Elia. Die ene God, is die nou echt wel zo prominent aanwezig in de wereld van de mensen, dat hij het kan opnemen tegen Baäl, de god van oorlog, van vruchtbaarheid en ontucht? Voor Elia hoeft het allemaal niet meer. Het is toch zinloos, denkt hij.

zondag 6 augustus 2017

Hier gebeurt het

Overweging bij het feest van de Gedaanteverandering (jaar A)

Lezingen: Daniël 7,9-10;13-14; Matteüs 17,1-9

Je hoort wel eens van mensen die een hoge berg beklommen hebben, dat ze daar een overweldigende ervaring hadden van de absolute schoonheid van de natuur. Het zou bijna een mystieke ervaring kunnen zijn. Misschien zelfs een ervaring van: een beetje dichter bij God te zijn. Het is een ervaring die je later – terug in het gewone leven – niet gauw vergeten zult. Je wilt dat vasthouden, omdat het zo'n fantastische indruk op je maakte. Een topervaring zou je het kunnen noemen, zowel in letterlijke als figuurlijke zin.

Stem
Icoon van de Gedaanteverandering
(Metamorphosiskerk, Pythagorion,
Samos, Griekenland)

De berg als beeld van dicht bij God te zijn: we kennen dat beeld ook uit het Oude Testament. Mozes beklimt de berg Horeb om van God de Tien Woorden in ontvangst te nemen. En van de profeet Elia kennen we het verhaal dat hij – levensmoe als hij is op dat moment – diezelfde Horeb beklimt om God te ontmoeten in de gefluister van een zachte bries. Is het dan toevallig dat juist deze twee, Mozes en Elia, Jezus flankeren op het moment dat hij – boven op de berg – voor de ogen van zijn leerlingen stralend voor hen staat? Nee, toeval is het zeker niet. De evangelist Matteüs heeft zijn verhaal zo gecomponeerd, dat de twee belangrijkste mannen uit het Oude Testament Jezus terzijde staan. Mozes en Elia vertegenwoordigen immers de Wet en de Profeten, de twee belangrijkste pijlers van het jodendom. En Jezus, de jood Jesjoea, – zo houdt Matteüs ons voor – is om zo te zeggen de vervulling, de voltooiing van Wet en Profeten. Het beeld van de lichtende uitstraling van Jezus moet die voltooiing nog eens benadrukken.

zondag 30 juli 2017

Van onschatbare waarde

Overweging bij de 17e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: 1 Koningen 3,5.7-12; Matteüs 13,44-52

Het opzetten van een bedrijf is, zo mag je aannemen, geen sinecure. Natuurlijk: je moet er je boterham mee kunnen verdienen. Maar je moet toch vooral een bepaalde passie hebben, een droom willen navolgen, om een product te vermarkten waarvan jij denkt dat mensen dit zullen willen afnemen. Om die droom te realiseren moet je heel wat werk verzetten, regelingen treffen en moeilijkheden overwinnen. Je moet ook van veel andere zaken willen afzien. Bijvoorbeeld het gemak van geregelde werktijden of de luxe van royaal vrije tijd. Maar omdat het jouw passie is, heb je dat er graag voor over. En die passie brengt ook een zekere ordening aan in je leven. Want jouw levensproject krijgt op deze manier een bepaalde betekenis en inhoud. Je leven krijgt überhaupt zin op deze manier.


Jan Luyken (1649-1712), De schat in de akker
(ets, 1712; Rijksmuseum Amsterdam)
Wat geldt voor het opzetten van een bedrijf, dat gaat ook op voor veel andere projecten die wij in ons leven ondernemen. Denk maar aan het aangaan van een levensrelatie of aan het opvoeden van kinderen. Maar ook aan het doen van vrijwilligerswerk of het belijden van je geloof. Datgene wat zin en betekenis geeft aan ons leven, daar willen we ons graag voor inzetten, daar willen we ons moeite voor getroosten. Het brengt ordening aan in ons leven, omdat alle andere wederwaardigheden en ervaringen, alle overige futiliteiten en onzin daaraan ondergeschikt zijn. Het aanbrengen van ordening en overzicht in ons leven, en het vinden van betekenis voor ons bestaan is van groot, is zelfs van levensbelang. Anders zouden we verzuipen in chaos.

zondag 23 juli 2017

Overgave

Beschouwing

'Ik laat het maar op me af komen.' Het is een vaak gebruikte uitdrukking van iemand die ik goed ken. Voor de persoon in kwestie is het geen uiting van passieve berusting, maar eerder van het doorleefde besef dat er zaken in het leven zijn die niet te veranderen zijn. Het is, zou je kunnen zeggen, een langzaam gerijpt inzicht, dat overgave aan wat zich voordoet meer rust geeft aan de ziel dan een onmogelijk verzet.

Krachtig geloof

De gebezigde uitdrukking wordt door deze man nogal eens gebruikt als je voelt, dat hij de eenzaamheid ervaart van het weduwnaar zijn. Naarmate de tijd vordert lijkt het, alsof het alleen zijn – hoe goed zijn kinderen en kleinkinderen ook proberen hem nabij te zijn – zwaarder en zwaarder gaat wegen. Misschien ook wel omdat zijn fysieke krachten langzaamaan minder worden en zijn leefwereld geleidelijk kleiner. 'Ik laat het maar op me af komen.' Als je het mij vraagt is deze uitspraak in wezen een heel krachtige uiting van overgave en van geloof. Niet dat daarmee de pijn van het alleen zijn of het verdriet om het gemis van wie hem dierbaar was (is!) minder wordt. Integendeel. Maar hij geeft als het ware zijn onvermogen om de situatie te veranderen over aan … Ja, aan wie of wat? Dat zegt hij nou precies niet. En dat wil ik ook niet voor hem invullen. Maar ik ben geneigd om mij af te vragen: aan God? Aan moeder Maria?

Overgave lijkt in de tijd waarin wij leven een vergeten deugd te zijn geworden. Want er zijn veel kwesties die tegenwoordig vragen om een strakke planning, een nauwkeurig uitgestippeld beleid, een overzichtelijke en vooral verantwoorde weg om te komen van A naar B. En het mag duidelijk zijn, dat die planning en dat beleid vaak noodzakelijk zijn om dingen voor elkaar te krijgen. Zonder deze systematische aanpak zou het leven helemaal een zootje worden. Maar meer dan eens zijn we geneigd te denken, dat we op deze wijze het leven compleet onder controle kunnen krijgen. En toch moeten we telkens weer constateren, dat ziekte ons leven bedreigt (ondanks alle inspanningen die we verrichten inzake medische zorg en onderzoek), dat overspannen verwachtingen van de economische ontwikkelingen roet in het eten gooien, dat ruzies, oorlogen en machtshonger de onderlinge harmonie tussen mensen verstoren. Ja, het leven is een zootje. Zelfs het verlangen naar harmonie en rechtvaardigheid wordt geweld aangedaan omdat er altijd mensen zijn (en zullen zijn) die het recht van anderen met voeten treden.

Moed

Hoezo dan: overgave? 'Ik laat het maar op me af komen.' Dat is een andere opstelling dan 'Ik laat het maar over me heen komen.' Deze tweede uitdrukking lijkt neer te komen op doffe berusting, zonder enige mogelijkheid om eigen keuzes te maken. De eerste echter heeft meer te maken met een actieve vorm van verwachten: zien wat er gaat gebeuren en vervolgens daarin proberen de juiste keuze te maken.

Overgave nodigt uit om te leven volgens het aforisme – of, zo u wilt, het gebed – , dat wordt toegeschreven aan Franciscus van Assisi: 'Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien.'

Eerder gepubliceerd in Parochienieuws van juni-juli 2017 en in de Nieuwsbrief van de VPW-Breda van juni 2017

zondag 11 juni 2017

Tot het einde

Overweging op het feest van de Heilige Drie-eenheid (jaar A)

Lezingen: Exodus 34,4b-6.8-9; 2 Korinthe 13,11-13; Johannes 3,16-18

In de relatie tussen partners of tussen ouders en kinderen kan het gebeuren, dat mensen hevig teleurgesteld raken. Misschien doordat een van de partners ontrouw blijkt te zijn. Of doordat je kind iets gedaan heeft, waardoor je je serieus bedrogen voelt. Bijvoorbeeld wanneer je volwassen zoon of dochter uit jouw beurs geld steelt om te voldoen aan de drugsverslaving. Je vertrouwen in de ander wordt door gebeurtenissen als deze danig op de proef gesteld. En de vraag is, hoe je daarop reageert. Boosheid en verdriet, teleurstelling en onmacht strijden dan met gevoelens van vergoelijking en liefde, trouw en stille hoop. Maar vooral het geschonden vertrouwen kan de bodem onder je bestaan wegslaan. Er moet heel wat gebeuren om dit vertrouwen hersteld te krijgen.

Drie snaren, één melodie ... 
Nieuwe kans

In de lezingen gaat het om Gods vertrouwen in mensen, in ons. De eerste lezing vertelt ons een episode uit de geschiedenis van Israël. De situatie die eraan vooraf ging, is bekend. Terwijl Mozes op de berg Sinaï de goddelijke geboden ontvangt, zijn de Israëlieten bezig hun eigen god te maken: een gouden kalf als plaatsvervanger van Jahwe. Uit teleurstelling en woede smijt Mozes, wanneer hij van de berg is afgedaald, de twee stenen platen met de geboden stuk. Maar ten tweede male beklimt hij later de berg om opnieuw bij God te pleiten voor de Israëlieten. En dan maakt God zich bekend, zoals we vandaag hoorden: 'Jahwe is een barmhartige en medelijdende God, lankmoedig, groot in liefde en trouw.' Met andere woorden: hij is bereid de Israëlieten een nieuwe kans te geven. Hij wil trouw blijven aan de belofte die hij eerder gedaan had: het volk te redden uit het slavenland Egypte. Hij wil het te brengen naar een land van melk en honing. De trouw van God aan het volk dat hij heeft uitgekozen, is groter dan de misstappen van datzelfde volk. Misschien mag je het zo zeggen: door trouw te blijven aan zijn volk blijft God trouw aan zichzelf. Hoe onhandelbaar de Israëlieten ook zijn, God houdt vast aan zijn oorspronkelijke keuze voor dit volk.

zondag 4 juni 2017

Erop uit!

Overweging op het feest van Pinksteren (jaar A)

Lezingen: Handelingen 2,1-11; Johannes 20,19-23

Ieder mens heeft een zekere ruimte nodig. Ruimte om te ademen, ruimte om te leven. Als die ruimte er niet is, dus als je in het nauw zit, dan krijg je het – letterlijk of figuurlijk – benauwd. Als je te nauw moet leven, dan kan het zijn dat je wordt beheerst door angst. Of door een te sterke behoefte om je aan voorschriften en regels te houden. Soms ben je ook gedwongen tot benauwdheid, bijvoorbeeld als je longcapaciteit door ziekte beperkt is. Dan is het fijn, als er hulpmiddelen zijn die lucht kunnen geven.

Levenslucht en ruimte maken het mogelijk dat mensen tot bloei kunnen komen. Dat er iets moois kan ontstaan, nieuwe ideeën gaan bloeien. Dat er enthousiasme en nieuw elan groeit. Dat het vasthouden aan oude gewoonten of strakke regels plaats maakt voor bezieling en vurigheid.